- 9 februari 2026
- Posted by: Wouter Devloo
- Categorie: Tips & tricks
De fiscale hervorming is volop in beweging. Terwijl het eerste deel (rond de algemene DBI-aftrek) al van kracht is, staat het nieuwe regime voor de DBI-bevek in de steigers. De kernboodschap? De DBI-bevek blijft een van de meest efficiënte manieren om met overtollige liquiditeiten in aandelen te beleggen, maar de spelregels voor de recuperatie van belastingen worden strikter.
Wat is een DBI-bevek ook alweer?
Een DBI-bevek (Definitief Belaste Inkomsten) is een beleggingsfonds dat specifiek is ontworpen voor vennootschappen. Het grote voordeel? De dividenden en meerwaarden zijn grotendeels vrijgesteld van vennootschapsbelasting, zonder dat u moet voldoen aan de strikte participatievoorwaarden (zoals het bezit van 10% van de aandelen of een investering van € 2,5 miljoen) die gelden bij directe aandelenbeleggingen.
De belangrijkste wijzigingen op een rij
Hoewel de fiscale gunstregeling overeind blijft, voert de wetgever (waarschijnlijk nog dit jaar) twee belangrijke wijzigingen in die impact hebben op uw rendement vanaf aanslagjaar 2026:
1. Nieuwe bezoldigingsvoorwaarde voor belastingverrekening
Tot nu toe kon uw vennootschap de ingehouden roerende voorheffing (30%) op dividenden van de DBI-bevek volledig verrekenen met de vennootschapsbelasting. Vanaf aanslagjaar 2026 kan dit enkel nog als:
-
De vennootschap aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) een bezoldiging uitkeert van minstens € 45.000.
-
Vanaf aanslagjaar 2027 stijgt deze drempel naar € 50.000 (geïndexeerd).
-
Let op: Vanaf 2027 mogen forfaitaire voordelen van alle aard (VAA) nog slechts maximaal 20% van dit bedrag uitmaken.
Actiepunt: Sluit uw boekjaar af op 31/12? Controleer dan nog vóór het einde van dit jaar met uw accountant of uw bezoldiging hoog genoeg is om de recuperatie van de roerende voorheffing veilig te stellen.
2. De 5%-heffing op meerwaarden: een storm in een glas water?
Er komt een afzonderlijke heffing van 5% op meerwaarden bij de verkoop van DBI-deelbewijzen. Echter, deze geldt enkel bij zogenaamde ‘secundaire transacties’ (zoals een verkoop aan een derde).
In de praktijk stapt u meestal uit een DBI-bevek via een inkoop van eigen aandelen door het fonds zelf. In dat geval blijft de meerwaarde volledig vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Voor de meeste beleggers verandert er hier dus niets.
DBI-bevek vs. Individuele aandelen
Is rechtstreeks beleggen in aandelen een alternatief? Voor de meeste vennootschappen niet. De voorwaarden voor de reguliere DBI-aftrek zijn immers verstrengd:
-
U moet minstens 10% van de aandelen bezitten of € 2,5 miljoen geïnvesteerd hebben.
-
Voor grote vennootschappen geldt bovendien dat de belegging een ‘duurzame economische band’ moet aantonen (financiële vaste activa).
Omdat deze drempels voor een gewone beleggingsportefeuille vaak onhaalbaar zijn, blijft de DBI-bevek het superieure instrument voor wie fiscaal-efficiënt in aandelen wil gaan.
Samenvatting van de drempels
| Voorwaarde | Aanslagjaar 2026 | Aanslagjaar 2027 |
| Minimale bezoldiging | € 45.000 | € 50.000 (geïndexeerd) |
| Beperking VAA | N.v.t. | Max. 20% van de drempel |
| Verrekening RV | Enkel bij voldane bezoldiging | Enkel bij voldane bezoldiging |
Conclusie: Onderneem actie vóór het jaaroverzicht
De DBI-bevek behoudt zijn glans, maar de administratieve koppeling met uw bedrijfsleidersbezoldiging is een kritiek punt.
zie flowchart

